In de knie bevinden zich twee soorten gewrichtskraakbeen:
- Fibreus kraakbeen: trekvast en drukbestendig
- Hyalien kraakbeen: bekleedt de vlakken waarlangs de gewrichten bewegen, is zeer stevig en bestand tegen druk die tot zeven keer het lichaamsgewicht kan bedragen.
Kraakbeen slijt, niet alleen met de jaren, maar ook door belasting. Het heeft slechts een gering vermogen om zichzelf te herstellen, doordat er in dit weefsel geen bloedvaten aanwezig zijn die voor de stofwisseling zorgen. De noodzakelijke voedingsstoffen komen dus alleen uit het vocht dat door het gewrichtskapsel wordt aangemaakt.
Het herstelweefsel zal bovendien voor een groot deel uit fibreus kraakbeen bestaan dat van mindere kwaliteit is dan het oorspronkelijke hyalien kraakbeen. Hierdoor zullen na verloop van tijd opnieuw scheurtjes en barsten in het kraakbeen ontstaan. Als er iets aan de vorm, de structuur of het volume van gewrichtskraakbeen verandert, kan elke belasting van het gewricht pijnlijk worden.
Klachten
Een pijnlijke knie, een blokkering van de knie of zwelling van de knie betekent een beperking van mobiliteit. Dagelijkse handelingen zoals een trap opgaan, in en uit bed stappen en schoenveters strikken worden een last. De knie kan pijnlijk, gezwollen of warm zijn. Soms heeft men het gevoel door de knie te zakken of voelt men zich onzeker bij het bewegen.
Oorzaken
Behalve door chronische overbelasting en slijtage kunnen kraakbeenletsels onder meer ontstaan door:
- Ongevallen (breuken)
- Blessures (onder andere door sport), waarbij bijvoorbeeld de knie verdraaid wordt
- Een weggenomen meniscus, waarbij de druk op het kraakbeen toeneemt
- Kruisbandletsel
- Arbeid waarbij de knieën zwaar belast worden (beroepen waarbij mensen veel moeten lopen, heffen of bukken)
De pijn die men bij een kraakbeenletsel ondervindt, komt niet van het kraakbeen zelf maar van de geïrriteerde weefsels die er omheen liggen of van losgeraakte stukjes kraakbeen. Indien kraakbeenletsels niet behandeld worden, kan de laag kraakbeen geleidelijk verder afslijten met artrose en voortschrijdende immobiliteit tot gevolg.
Behandelingsopties
Tot voor kort werden kraakbeenletsels als onbehandelbaar beschouwd. Tegenwoordig zijn er afhankelijk van leeftijd, ernst van het letsel en mate van activiteit verschillende therapieën. Bij het bepalen van de juiste behandeling is het belangrijk om onderscheid te maken tussen therapieën die in een relatief kort tijdsbestek vermindering van klachten en herstel beogen en behandelingen die op lange termijn streven naar een structureel herstel van de gewrichtsfunctie. We bespreken hieronder een aantal behandelingen.
Artroscopische reiniging van het kniegewricht
Dit is de minst ingrijpende behandeling en in feite een reiniging (spoelen) van het kniegewricht. Tijdens een kijkoperatie (artroscopie) worden de beschadigde kraakbeenranden bijgewerkt en losse stukjes kraakbeen verwijderd. Dit verlicht de pijn en zorgt voor uitstel van verdere slijtage. Het is echter een kortetermijnoplossing die slechts bij kleine beschadigingen van het gewrichtskraakbeen wordt toegepast.
Mozaiekplastie
Bij een kijkoperatie worden cilindervormige staafjes bot met gezond kraakbeen van een niet dragend deel van het gewricht weggenomen. Op de plaats van het kraakbeenletsel worden kleine holtes geboord waar deze staafjes precies inpassen. Omdat er maar een beperkte hoeveelheid gezond bot kan worden weggenomen, is dit alleen mogelijk bij letsels niet groter dan 2 à 3 cm². De laag kraakbeen kan herstellen, maar zal geen glad oppervlak vormen.
Microfractuur (ice-picking)
Bij deze kijkoperatie prikt men met een scherp voorwerp (de ice-pick) kleine gaatjes in het onderliggende bot. Bij dat ice-picken wordt het beenmerg geraakt, waardoor bloedpropjes met stamcellen de gaatjes opvullen. Voor letsels die kleiner zijn dan 1,5 cm² kan dit op korte termijn een geschikte behandeling zijn. Uit recente studies is echter gebleken dat deze behandeling voor grotere letsels op lange termijn geen bevredigende oplossing biedt.