Knieprothese

De meest frequente reden waarom een knieprothese wordt geplaatst is artrose. Bij artrose van de knie is het gewrichtskraakbeen beschadigd of weggesleten. Hierdoor komen de botvlakken dichter bij elkaar te liggen en vindt uiteindelijk bot-op-bot-contact plaats. Doordat de aangetaste gewrichtsoppervlakken ruw zijn, gaat de knie niet meer soepel bewegen. Bovendien lokt slijtage van de knie een ontstekingsreactie uit. Hierdoor ontstaat pijn en zwelling. Eenmaal aangetast kraakbeen kan niet opnieuw door het lichaam worden aangemaakt.

Versnelde slijtage kan ontstaan door overgewicht, ongeval, botbreuk, buitengewone belasting, kraakbeen- en stofwisselingsziekten, verkeerde stand van de verschillende botstukken, verwijderde meniscus en ontstekingsprocessen zoals reuma. Mogelijks bestaat er in uw familie ook aanleg voor artrose.

 

Klachten

Slijtage ontstaat vaak aan één zijde (binnen- of buitenzijde) van het kniegewricht. Door het botverlies aan één zijde wijkt de knie naar links of rechts uit. Op deze manier ontstaat een X-knie of een O-knie. De knie gaat in toenemende mate moe en instabiel aanvoelen.

Pijn is de belangrijkste klacht bij slijtage in een kniegewricht. In het begin is er alleen pijn bij het opstaan na een periode van rust (=startpijn). Na een paar stappen wordt de pijn meestal minder. Bij toename van de slijtage kan de pijn ook in rust blijven bestaan. De pijn kan zo hevig worden dat je er ’s nachts wakker van wordt. Fietsen levert doorgaans de minste klachten op.

Stijfheid wordt aanvankelijk vooral na de nachtrust gevoeld (= ochtendstijfheid). De stijfheid neemt geleidelijk aan toe. De patiënt krijgt problemen met het aantrekken van kousen en schoenen.

Zwelling van de knie treedt ook frequent op. Deze zwelling kan soms een drukkend gevoel of zelfs een cyste in de kniekuil veroorzaken.

Patiënten

Er zijn een aantal niet-operatieve, conservatieve maatregelen die kunnen gebruikt worden bij artrose van de knie. Welke maatregelen zinvol zijn, hangt af van patiënt tot patiënt.

  • Aanpassing van de levensstijl: afvallen, zware (schok)belastende activiteiten (zoals springen) vermijden en bewegingen die gepaard gaan met extreme plooiing van de knie (zoals knielen) vermijden.
  • Oefentherapie: specifieke oefeningen die gericht zijn op verbeteren van de spierkracht (bv met gestrekte knie het been opheffen) en de soepelheid (bv. fietsen) van de knie.
  • Evacuerende puncties: vocht verwijderen uit de knieholte met behulp van een naald.
  • Ontstekingsremmende medicatie: deze medicatie wordt gebruikt om de ontsteking tegen te gaan en hiermee de zwelling en de pijn tijdelijk te onderdrukken.
  • Corticosteroïd injectie: krachtige ontstekingsremmende medicatie die rechtstreeks in het gewricht wordt gespoten.
  • Hyaluron gewrichtsinfiltraties: een serie van injecties, rechtstreeks in de knie, waardoor de viscositeit van het gewrichtsvocht verbetert. Het is een soort gel of olie die het gewricht ‘smeert’, daarbij is het een voedend bestanddeel voor het kraakbeen.
  • Glucosamine-chondroïtine (orale chondro-supplementen): voedingssupplementen die van nut kunnen zijn bij artrose.
  • Bracing: uitwendig steunapparaat waardoor de beschadigde delen van het kniegewricht kunnen ontlast worden.

Het plaatsen van een knieprothese wordt pas overwogen als:

  • Alle andere middelen gebruikt bij uitgesproken slijtage niet meer werken of onvoldoende effectief zijn.
  • Er sprake is van veel pijn.
  • Er serieuze beperkingen zijn in het dagelijks functioneren, bv niet meer zo lang en ver kunnen lopen.

Behandeling

De ingreep zelf duurt ongeveer 1 tot 2 uur. De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving (met een ruggenprik verdooft de anesthesist uw onderlichaam). Met deze verdoving bent u tijdens de operatie wakker. Toch krijgt u een rustgevend medicament, zodat u zich comfortabel voelt en niets hoort. Hieronder vindt u een korte beschrijving van de verschillende stappen tijdens de ingreep.

  1. Een insnede wordt gemaakt aan de voorkant van de knie.
  2. Het versleten kraakbeenoppervlak op het dijbeen wordt verwijderd.
  3. Het versleten kraakbeenoppervlak van het onderbeen wordt verwijderd
  4. De proefcomponenten worden geplaatst over de voorbereide botuiteinden en de gepaste maat wordt geselecteerd.
  5. Met de proefcomponenten wordt nagekeken of de uitlijning van het bot, de stabiliteit van de knie en de beweeglijkheid van de knie optimaal is.
  6. Eventueel worden noodzakelijke aanpassingen verricht.
  7. De knieschijf wordt voorbereid. 
  8. De proefcomponenten worden verwijderd en de definitieve prothese wordt geïmplanteerd.
  9. De insnede wordt gehecht en eventueel wordt een drainagebuisje aangelegd. Zo kan overtollig wondvocht gedraineerd worden.
  10. Het verband wordt gesloten.

 

Complicaties

Zoals bij iedere chirurgische ingreep zijn er ook bij een totale knieprothese verschillende complicaties mogelijk. Een aantal acties kan de patiënt zelf ondernemen om de klachten te verminderen.

De belangrijkste risico’s:

  • Reactie op de anesthesie: misselijkheid, hoofdpijn, braken
    Actie patiënt: Voor de operatie zal de anesthesist langskomen om de verdoving zo goed mogelijk op uw conditie af te stemmen. Volg het advies om niet meer te eten/drinken de nacht vóór de operatie.  Behandeling: medicatie
  • Wondinfectie
    Actie patiënt: Vóór de operatie wordt nagegaan of infecties aanwezig zijn. Er wordt geen operatie uitgevoerd tot u vrij bent van infecties. Breng dus zeker uw arts op de hoogte mocht één of andere infectie aanwezig zijn. Vermijd het roken in de periode vóór en na uw operatie. Indien u slechte tanden heeft, gelieve vóór de opname naar de tandarts te gaan en meld dit aan uw arts.
    Behandeling: antibiotica
  • Flebitis
    Actie patiënt: Tijdens uw verblijf zal u drukkousen krijgen, krijgt u inspuitingen in de buiken na de operatie wordt u aangemoedigd om te bewegen. De inspuitingen krijgt u tot ongeveer 6 weken postoperatief.
  • Bloeding/hematoom
    Behandeling voor bloeding: drukzak op de wonde plaatsen, toediening van bloed
    Behandeling voor hematoom: zalf, pijnstillers
  • Pijn
    Behandeling: pijnpomp, pijnstillers, ontstekingswerende medicatie, ijsapplicatie.
    Preventie: Bewegen van de knie is nodig ondanks de pijn.
  • Warmtegevoel
    Behandeling: 3 à 4 maal per dag ijs op de knie plaatsen gedurende de eerste 3 maanden.

Revalidatie

De eerste maanden na de operatie ervaren de meeste patiënten een stram gevoel in de knie, een gevoel dat er iets vreemds in de knie zit, een gevoel dat er iets klikt of verschuift. Dit zijn allemaal normale gewaarwordingen na een knieoperatie. Uw lichaam moet zich aanpassen aan het nieuwe materiaal dat daar zit.

Ten gevolge van de operatie kan u de eerste maanden ook last hebben van roodheid, warmte, zwelling en pijn. Het frequent aanbrengen van ijs op de knie kan deze symptomen verzachten.
Eén jaar na de operatie zal voor meer dan 90% van de patiënten de pijn, die voor de operatie voelbaar was, verminderen of zelfs verdwenen zijn. Een groot deel van uw beweeglijkheid krijgt u terug. De stijfheid van de knie verbetert tot op een goed functioneel niveau. De stijfheid van de knie wordt sterk bepaald door hoeveel en hoe goed u oefent achteraf.

De moderne protheses gaan ongeveer 15 tot 20 jaar mee. Als de prothese na die periode versleten is of begint los te komen, kan ze vervangen worden.         

AZ Groeninge heeft het kwaliteitslabel van de gezondheidszorg

Deze website maakt gebruik van cookies De website van Orthopedisch Centrum Kortrijk AZ Groeninge gebruikt functionele cookies. In het geval van het analyseren van websiteverkeer of advertenties, worden ook cookies gebruikt voor het delen van informatie, over uw gebruik van onze site, met onze analysepartners, sociale media en advertentiepartners, die deze kunnen combineren met andere informatie die u aan hen heeft verstrekt of die zij hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun diensten.
Toon details Verberg details
Selectie toelaten Alle cookies toelaten