"Sportmedisch Advies" AZ Groeninge, actualisatie op 13/10/2006
                                                                                                                                                                             

                                                                                                                                            Printervriendelijk Document

Oefenprogramma bij Schouderinstabiliteit                                                              terug
 
Bron: JBJS 74-A; 1992 : 9 : 892-893 : W. Z. Burkhead, JR., and C. A. Rockwood, JR.
 
  Inleiding
 
Bij een instabiliteit van de schouder is er een te grote bewegingsvrijheid voorachterwaarts en/of naar onder toe.
Dit komt door een overrekken van de gewrichtsbanden tussen humeruskop en schouderkom of ten gevolge van een letsel ter hoogte van andere stabiliserende structuren in het gewricht, zoals het labrum (schouderlip of meniscus) of bicepsanker.

Het schoudergewricht is omgeven door een aantal spieren (rotatorenspieren ; supra- en infraspinatus, teres minor, subscapularis) die bij beweging van het gleno-humerale  gewricht (tussen humeruskop en schouderkom), mee de humeruskop in het glenoïed centreren en houden.
 

Wanneer de gewrichtsbanden te laks zijn en/of de juiste spieren niet op de goede sterkte zijn (onevenwicht in agonisten en antagonisten), bestaat er een gevoel van onzekerheid bij bepaalde bewegingen (die waarbij de arm omhoog gebracht wordt en tegelijkertijd naar buiten gedraaid wordt ). Dit kan in extreme gevallen zelfs lijden tot een ontwrichting of een bijna ontwrichting.

Bij andere patiënten bestaat er een pijnlijk gevoel in de schouder. Dit is te wijten aan een secundaire inklemming van de rotatoren pezen. De abnormale mobiliteit t.g.v. de instabiliteit doet bepaalde pezen inklemmen met bijhorend pijngevoel en functieverlies (secundair impingement syndroom).

 
  Oefenprogramma
 

De bedoeling van dit oefenprogramma is de schoudergordelspieren, ( deltoideus, supra-, infraspinatus, teres minor, subscapularis en ook teres maior, serratus anterior, rhomboideus, levator scapulae en trapezius ) te versterken. En bovendien ook het ritme van het glenohumerale en scapulohumerale gewricht te herstellen.
Zij kunnen de laksiteit van de gewrichtsbanden in zekere mate compenseren door een toename van kracht en rusttonus. Op die manier kunnen ze de kop in het glenoïed gecentreerd houden en de klachten van de patiënt helpen verminderen.

 
  Eerste reeks van vijf oefeningen
 
  • doel: dient om de rotatoren-cuff ( exo- en endorotators ) en de drie delen van de deltoïedspier te versterken.
  • benodigdheden : touw, haak, handvat, katrol, gewicht.
  • hoe: in het begin wordt twee tot vijf kilogram gebruikt in oefenreeksen van acht tot tien. Het is de bedoeling de oefeningen tot tweemaal daags uit te voeren en geleidelijk aan het gewicht te verhogen tot een tien à elf kilogram wordt bereikt.

 
  Tweede reeks oefeningen
 
  • doel: dient om de spieren die het schouderblad stabiliseren ( serratus anterior en rhomboideus : push-upoefeningen ), ( trapezius en levator scapulae : shoulder shrug ), te versterken.
  • Bij de push-ups dient eerst de muur push-up oefening geoefend te worden om dan geleidelijk over te gaan naar knie- en vervolgens naar normale push-up oefening.
  • Belangrijk is dat de oefeningen zeer frequent uitgevoerd worden. Dit is de enige manier om de klachten te verminderen en een heelkundige ingreep te voorkomen.
  • Uw kinesist is degene die u hierbij helpt en begeleidt. Hij zal u evalueren, herevalueren en de oefeningen bijsturen. Indien nodig zal hij u vervroegd op raadpleging laten komen.

 
© concept Dr. Jan Van Der Bauwhede, 2004